Previous Page  13 / 32 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 13 / 32 Next Page
Page Background

13

Passend onderwijs

Vanaf 1 augustus 2014 is er een nieuwe wet voor passend

onderwijs. Deze verplicht besturen een passende onderwijsplek

te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Tot 1 augustus 2014 bestond er in het reguliere onderwijs nog

een extra bekostiging voor zorgleerlingen vanuit de zogenaamde

leerlinggebonden financiering (LGF). In het nieuwe stelsel zijn

deze budgetten niet meer op dezelfde manier beschikbaar. De

financiële middelen die na de afschaffing van de leerlinggebonden

budgetten vrijkomen, worden door de overheid aan ons samen-

werkingsverband Unita (SWV Unita) toegekend. SWV Unita is het

nieuwe samenwerkingsverband passend onderwijs voor primair

onderwijs in de regio Gooi en Vechtstreek. Alle scholen binnen

deze regio, waaronder ook onze Stip-scholen, vallen vanaf

1 augustus 2014 onder dit samenwerkingsverband.

Indien er een ondersteuningsvraag is voor een leerling welke

niet binnen de basisondersteuning valt, kan een multidisciplinair

overleg (MDO) worden gepland. Aan dit overleg nemen naast de

ouders, de leerkracht en de interne begeleider ook deskundigen

deel. In het MDO zal worden besproken welke ondersteuning

(onderwijsjeugdarrangement (OJA)) de leerling en/of leerkracht

nodig heeft. Ook in de thuissituatie kan, indien gewenst, onder-

steuning geboden worden. Daarnaast kan in het MDO een toe-

laatbaarheidsverklaring voor het SBO of SO worden afgegeven.

Basisondersteuning

Basisondersteuning is de door het samenwerkingsverband

afgesproken onderwijszorg die een school aan alle leerlingen

moet kunnen bieden. De basisondersteuning wordt vastgelegd in

het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. Extra

informatie is te vinden op de website van Unita:

www.swvunita.nl

.

De basisondersteuning is niet landelijk vastgesteld; samen-

werkingsverbanden bepalen zelf het niveau van basisonder-

steuning die de scholen binnen het samenwerkingsverband

bieden. De basisondersteuning kan dus verschillen per regio. De

kwaliteit van de basisondersteuning moet voldoen aan door de

onderwijsinspectie vastgestelde normen. De basisondersteuning

laat zien wat de mogelijkheden van de school zijn om onder-

steuning in te zetten.

Schoolondersteuningsprofiel

In het schoolondersteuningsprofiel legt de school tenminste

eenmaal per vier jaar vast welke ondersteuning de school kan

bieden aan leerlingen die dat nodig hebben.

Het schoolondersteuningsprofiel wordt opgesteld door leer-

krachten, schoolleiding en bestuur. In het profiel wordt aan-

gegeven welke ondersteuning de school kan bieden en welke

ambities de school heeft voor de toekomst. Op basis van het

profiel inventariseert de school welke expertise eventueel moet

worden ontwikkeld en wat dat betekent voor de (scholing van)

leerkrachten. Leerkrachten en ouders hebben adviesrecht op het

schoolondersteuningsprofiel via de medezeggenschapsraad van

de school. De school zorgt dat voor iedereen (ouders, leerlingen

en andere partijen) inzichtelijk is wat de mogelijkheden van de

school zijn voor extra ondersteuning.

Het samenwerkingsverband legt alle profielen bij elkaar om te

beoordelen of het daarmee een dekkend aanbod kan realiseren.

Het doel is dat alle leerlingen een passende plek krijgen.

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen

Op de Lelyschool wordt handelingsgericht onderwijs gegeven

(1-zorgroute). Om kinderen onderwijs op maat te kunnen geven,

is het belangrijk hun ontwikkeling nauwkeurig te volgen. Daartoe

wordt gewerkt met een leerlingvolgsysteem dat ontwikkeld is

door het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO). Het

doel van dit systeem is leerlingen te kunnen volgen in hun leer-

ontwikkeling. Dit gebeurt met toetsen die niet methodegebonden

zijn. Deze toetsen worden voor de verschillende vakgebieden

in vastgestelde periodes in het jaar afgenomen. In samenhang

met de resultaten van de methodegebonden toetsen, wordt

er gekeken of er zich problemen voordoen die extra aandacht

verdienen. Vaak kan de leerkracht dit met wat extra hulp of

aangepast werk in de goede richting sturen. Soms echter liggen

de problemen dieper. Het probleem kan zich voordoen bij één

kind, bij meerdere kinderen of bij de hele groep. Ook maakt de

leerkracht gebruik van een administratie waarbij de dagelijkse

werkzaamheden van de kinderen worden bijgehouden.